Daarmee sluit Landemore aan bij een bredere herwaardering van loting als democratisch instrument, die in het vorige decennium al een opleving kende met denkers als David Van Reybrouck. Dit leidt tot deliberatieve processen op zowel landelijk als lokaal niveau, waarbij “mensen debatteren en overleggen met als doel samen tot een besluit te komen dat voor de meesten werkt. En dus niet de koehandel tussen elites en belangengroepen.”
Het verwijt richting een ontoereikende politieke elite loopt als een rode draad door Landemores boek. Populistische onvrede, van de klassieke oudheid tot de gilets jaunes en de bestorming van het Capitool, staat voor haar symbool voor een falend politiek systeem. Een niet-representatieve westerse politieke elite “geeft de bevolking niet wat het wil”, maar valt ten prooi aan de wensen van economische elites. De kern van haar relaas ziet op een procedurele, formalistische revolutie die de huidige politieke elite terzijde zal schuiven en door middel van loting de weg plaveit voor een ‘burgerdemocratie’.
Hiermee presenteert Landemore zich als een sceptische liberale proceduralist, die haar vraagtekens zet bij representatieve democratie en verkiezingen niet kwalificeert als open, eerlijke procedures die tot betere politieke uitkomsten leiden. Electorale concurrentie, met verkiezingen als sluitsteen, is voor Landemore de bron van polarisatie: volgens haar draaien verkiezingen van nature om strijd en conflict tussen politieke elites.
Ze bouwt hier voort op de Schumpeteriaanse visie, waarin democratie wordt gedefinieerd als een elitespel. Een verandering in vorm zal beter in staat zijn om onvrede te doen afnemen, betrekt ‘de verlegenen’ structureler in het politieke proces en verlegt het politieke initiatief naar de burger. Wanneer elites niet meer op deze wijze strijden om politieke macht, bepaalt de burger de agenda en zal onvrede binnen deliberatieve burgerberaden beslecht worden.
Door deze eenzijdige nadruk op de democratie als proces miskent Landemore wezenlijke elementen van machtsstructuren in westerse democratieën. Haar eendimensionale begrip reikt niet verder dan een beschrijving van politiek-institutionele hiërarchieën. Een lotingsdemocratie kan uiteraard de formele beslissingsstructuur herschikken, maar heeft beperkte invloed op de machtsuitoefening van bestaande culturele en economische elites.
Ook zonder politici en partijen scheppen elites politieke bewegingen, die burgerberaadparticipanten ideologisch zullen vormen, wat onoverkomelijk uitmondt in onvrede, strijd en conflict. Bovendien kunnen gewone burgers in een representatieve democratie eveneens bottom-up bewegingen en groeperingen vormgeven, zonder dat hier een kwade genius achter schuilgaat.
Deze blinde vlek wordt bevestigd in het hoofdstuk waarin Landemore betoogt dat “goede politieke processen en uitkomsten empirisch gemeten moeten worden”. Een voorbeeld hiervan is zuiver technocratisch: indien participanten een “hogere objectieve mate van accurate informatie” hebben dan zij voor het beraad hadden, en deze informatie dienstig is geweest aan uiteindelijke beslissingen, kunnen we spreken van geslaagde deliberatie en positieve uitkomsten.
Landemores suggestie dat een homogene volkswil wordt versluierd door een politieke elite en partijen is populistisch te noemen
Dit is een naïeve opvatting van democratie. Politiek is geen zero-sum game, maar evenmin een rationele zoektocht naar consensus. Het blijft een krachtenveld waarin afwegingen moeten worden gemaakt tussen fundamenteel botsende ideeën en waarden. Landemores suggestie dat een homogene volkswil wordt versluierd door een politieke elite en partijen is zelfs populistisch te noemen.
Het pleidooi van Landemore combineert populistische kritiek op elites met een technocratisch geloof dat deliberatie en correcte procedures tot rationele oplossingen leiden. De zoektocht naar een harmonieuze burgerdemocratie, waarin “scheidslijnen niet worden verdiept”, vertoont technopopulistische trekken: in Landemores model verschuift politiek als waardenstrijd naar politiek als lege, eenzijdige consensusmachine.
Hélène Landemore, Politiek zonder politici. Waarom we onze politiek beter aan burgers kunnen overlaten, Atlas Contact, 2026